De mensen, vele zoogdieren, vissen en de meeste reptielen (koudbloedig behalve schildpadden) hebben tanden. Vogels hebben een scherpe snavel die dezelfde functie voor hen heeft als voor ons de tand. De amfibieën hebben alleen geen tanden of hele kleine.

De tanden kennen uit de oorsprong twee functies. Enerzijds was het een wapen om prooien te vangen en of doden, en anderzijds is het voor het fijnmalen en afsnijden van (gevangen) voedsel. Deze tijd gebruikt de mens de eerste functie niet, en heeft het eigenlijk ook weinig gekend. Voor het vangen van prooien gebruikten de vroege mens andere gebruiksvoorwerpen.

Mensen worden geboren zonder tanden en eindeigen eigenlijk ook zonder alle tanden. In het leven krijgen we twee sets aan tanden, dat noemen we diphyodonten. Dat betekent dat je in het leven dus twee sets krijgt. Bij de mens krijg je als baby na ongeveer 6 maanden de eerste melktanden te zien en worden gewisseld rond je 7de en 8ste jaar. Dan krijg je je definitieve gebit. Het is daarom van belang dat je je gebit goed verzorgt omdat je er de rest van je leven mee moet doen. Het kan wel zo zijn dat je na verloop van tijd een tand trekken moet. Dit kan het gevolg zijn van grote tanden of een kleine ruimte in de mond waardoor de tanden in verdrukking komen en deze uiteindelijk scheef gaan groeien. Dit kan heftige pijn veroorzaken. Dit kan ook gebeuren wanneer op een jonge volwassen tijd de verstandskiezen tevoorschijn komen. Vaak zitten de tanden dan al een langere tijd op dezelfde plek of zijn zij op de juiste plek gebracht doormiddel van een beugel die de orthodontist erin zet.

Het is van belang om regelmatig, zo eens of tweemaal, per jaar naar de tandarts te gaan om te laten controleren of alles nog goed gaat in je mond. Mocht dit niet het geval zijn kan de tandarts je altijd door sturen naar een kliniek die je kan helpen met de problemen die je ervaart met je gebit.

http://orfeokliniek.nl/